Nieuws

Geen jongvee, erg eenvoudig, maar dilemma bij voeding

Gepubliceerd op
23 januari 2012

Koeien & Kansen-deelnemer Coen Hagoort (Waarder) houdt van een eenvoudige bedrijfsopzet. Zonder eigen jongveeopfok blijft de arbeidsinzet beperkt en beschikt hij over extra stalruimte voor melkvee. Maar bij de voeding ontstaat een pijnpunt. Het melkvee moet immers alle graskuil opvreten, dus ook de mindere partijen. En die zijn er door de extremen in het weer zeker in 2011. Dit is een mooie uitdaging voor Coen. Overigens heeft Coen ondanks 100% grasland en weidegang toch een voordeel bij BEX, onderdeel van de ExcretieWijzer. Dit komt vooral door zijn rantsoenaanvulling met eiwitarme producten.

Coen Hagoort heeft een relatief goede verkaveling. De hele huiskavel van 40 ha grasland is bereikbaar voor melkvee. Afhankelijk van het weer weiden de koeien zo’n vijf maanden. De overige ca. 14 ha ligt op grotere afstand en wordt alleen gemaaid. Gras is het enige dat Coen teelt. Dus dat heeft een behoorlijke invloed op het rantsoen. Kwalitatief weet Coen best een goed product van het land te halen. Voor de totale droge stofopbrengst is nog enige optimalisatie mogelijk.

Op jaarbasis vult hij het rantsoen aan met gemiddeld 10 à 12 kg product aan snijmaïs per koe per dag. Hiermee probeert hij het rantsoen te optimaliseren en mogelijk ook winst te halen via BEX, onderdeel van de ExcretieWijzer. En dat lukt. Voor stikstof haalt Coen op jaarbasis een voordeel van gemiddeld 650 kg. Voor Fosfaat gaat dit richting de 1.200 kg. Ondanks het grasrijke rantsoen is het dus mogelijk om met goed beheer een rantsoen aan te bieden met een vrij beperkt eiwitaanbod.

Echter bij het eiwitaanbod zit wel het pijnpunt. De kuilen van 2011 zijn zeer divers. Had de eerste snede een ruw eiwit van 175 gram per kg droge stof, de 2e snede had gedeeltelijk maar zo’n 120 gram. De 3e snede 200 en de latere sneden zitten weer rond de 180 gram. Op zich niet erg, zolang je maar van meerdere partijen tegelijk kunt voeren. Helaas lukt dit niet door de erfindeling. Nu ontstaan er te veel verschillen tussen het ene rantsoen en het andere. De koeien reageren hierop met een dalende melkproductie. De gehalten zijn met 4,45 % vet en 3,46 % eiwit naar tevredenheid. En het ureum is de laatste twee jaar zelfs gedaald naar 22. Iets wat voorheen veelal niet lukte.

Door de afwezigheid van jongvee zal Coen moeten zoeken naar een goede manier om al het kuilgras optimaal te benutten. Een mogelijke oplossing is om volgend seizoen ‘lasagna’-kuilen te maken. Dus op meerdere platen tegelijk beginnen en dan laagsgewijs inkuilen. Hiermee kan hij dan gedurende een veel langere periode een min of meer constant product voeren.