Nieuws

De pendelende regenworm onder de loep

Gepubliceerd op
10 februari 2012

Van de verschillende groepen regenwormen is ´de pendelaar´ (Lumbricus terresteris en Aporrectodea longa) uniek in zijn functie in de bodem.

Deze pendelaars leven in verticale gangen tot wel drie meter diep en leveren met deze gangen een belangrijke ecosysteemdienst: waterinfiltratie (waardoor géén afspoeling) maar ook ontsluiting van diepere bodemlagen voor wortels waardoor het beschikbare water en nutriënten beter door het gewas benut kunnen worden. Het Louis Bolk Instituut is door het Productschap Zuivel gefinancierd onderzoek gestart met als doel het behoud van deze regenwormen.

Uit recent onderzoek in langdurige vruchtwisseling gras – mais, blijkt dat bij de omzetting van grasland naar maïs de aantallen regenwormen sterk afnemen. Door het verbod op graslandvernieuwing in het najaar kiezen veehouders op zandgrond in toenemende mate voor een tussenteelt van één of twee jaar maïs, met herinzaai van gras na de maïsteelt in het najaar. De milieumaatregel: verbod op scheuren in het najaar, is goed bedoeld, maar roept met de toenemende praktijk van tussentijdse maïsteelt een nieuw probleem op voor de groep van pendelende regenwormen en haar functioneren.

Doel van het project is om, binnen de beperking (verbod op grasland scheuren in het najaar), te werken aan het behoud van de pendelaar regenworm (functionele bodembiodiversiteit) en daarmee aan water- en mineralenbenutting. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van het huidige pendelaarsbestand in Midden-Brabant en wordt het effect van de verschillende herinzaai praktijken op het pendelaarsbestand verder onderzocht. Het project levert een maatregelenpakket op voor behoud en stimulering van pendelaars.