Project

Beheersmaatregelen maiskopbrand in snijmaïs

In 2012 is de ziekte maiskopbrand (Head smut; Sphacelotheca reiliana) voor het eerst officieel in Nederland vastgesteld. Het kan aanzienlijke financiële schade veroorzaken, doordat de mais kolfloos blijft of in extreem geval beter niet geoogst kan worden. Dit project is een indicatief onderzoek naar de beheersaspecten voor maiskopbrand.

De ziekte is geconstateerd in diverse regio’s en op diverse grondsoorten. Achteraf blijkt de mais op een tweetal percelen ook in 2011 al aangetast te zijn geweest. Als maiskopbrand zich verder uitbreidt en leidt tot zwaar aangetaste maispercelen, dan is dit een directe bedreiging van de maisteelt in Nederland. Op perceelsniveau zijn in 2012 meldingen gemaakt van 5 tot zeker 50% aangetaste planten. Zwaar aangetaste percelen of delen hiervan kunnen beter niet geoogst worden. Aangetaste mais produceert in de kuil een soort van zwarte (grondachtige) laag. De ervaring in 2012 is, dat dit niet smakelijk is en dat er mogelijk negatieve effecten zijn op melkproductie en vruchtbaarheid.

Infectie vanuit de bodem

Sporen van de schimmel infecteren de mais reeds in vroeg stadium vanuit de grond via het kiempje. De schimmel vestigt zich in het groeipunt en vervolgens in de bloeiwijzen. Pas op het moment dat de aangetaste plant gaat bloeien is de aantasting te zien door een slecht ontwikkelde pluim en in het schutblad van de kolf zitten geen korrels, maar een enorme hoeveelheid van nieuwe schimmelsporen. De verspreiding van de ziekte via wind of machines kan enorm snel gaan en de sporen blijven zeker 3 jaar in de grond over.

Aantasting terugdringen

Verspreiden van de ziekte is, te voorkomen door toepassing van vruchtwisseling (3 jaar gras), niet oogsten van zwaar aangetaste percelen en schoonblazen en spuiten van oogstmachines en silagewagens.
Op besmette percelen is het daarnaast zaak dat de aantasting wordt teruggedrongen tot een acceptabel niveau.
Doel van dit project is onderzoeken welke beheersmaatregelen hiervoor het best uitgevoerd kunnen worden, waarbij er aandacht zal zijn voor resistente of tolerante rassen, zaaizaadbehandeling met specifieke fungiciden, voorkomen van groeistagnatie (bodemkwaliteit, zaaitijdstip, bemesting) en grondbehandeling met gips. Het onderzoek wordt uitgevoerd op een perceel dat al twee jaar besmet is en waar de mais in 2012 zo zwaar was aangetast, dat alle mais hier is ondergeploegd. Waar nodig zal extra literatuuronderzoek worden uitgevoerd ter verbreding van reeds beschikbare kennis. Tevens zal een inventarisatie worden gemaakt van de kuilen met mais die in 2012 als aangetast is gemeld. Welke problemen ervaren deze melkveehouders wel of niet?

Nieuws

Producten