De ervaring leert dat bij de keuze weiden of opstallen zowel op individueel niveau als sectorbreed een afweging wordt gemaakt op vier terreinen namelijk: economie, arbeid, maatschappelijke waarden en persoonlijke waarden.
Onder economie verstaan we: kosten, opbrengsten en bedrijfssituatie.
Op deze pagina vindt u informatie over onder meer:
Uit onderzoek blijkt dat beweiding economisch gezien vaak gunstiger is dan opstallen, mits er sprake is van een goede verkaveling . Voor intensieve bedrijven op droogtegevoelige zandgrond is dit echter niet van toepassing. Onderstaand figuur laat een voorbeeld zien waarbij (zeer) beperkt weiden een
hogere arbeidsopbrengst oplevert dan summerfeeding. Bij 15.000 kg melk/ha is het verschil circa € 1,- per 100 kg melk. Voor een bedrijf met 600.000 kg melk komt dat overeen met € 6.000,-
Accountants over de afweging weiden of opstallen
Verschillende accountants hebben de Koe & Wij praktijkgroepen aangedaan en hun (economische) visie gegeven op de afweging: weiden of opstallen.
LEI-cijfers (agrimonitor) 2004
Uit een onderzoek van het LEI in 2004 met bedrijven uit het BedrijvenInformatieNet (BIN), blijkt dat beweiders
een hoger gezinsinkomen uit het bedrijf halen dan opstallers.
Beweiders met ongeveer 400.000 kg melk hadden in 2004 circa € 17.000 meer aan gezinsinkomen dan opstallers. Bij grotere en intensieve bedrijven is dit verschil kleiner.
Wat zeggen de deelnemers van Koe & Wij?
Berekeningen voor een aantal bedrijven uit alle praktijkgroepen van Koe & Wij laten een voordeel voor weidegang zien van 60 tot 80 cent per 100 kg melk.
Bij weidegang zijn er minder kosten voor:
Bij opstallen zijn er minder kosten voor:
• krachtvoer
• loonwerk (voederwinning en mest uitrijden)
• brandstof
• strooisel
Het verschil in kosten tussen bedrijfssituaties hangt af van de mate van beweiding, de uitbestede werkzaamheden en de huidige bedrijfsuitrusting. Als een bedrijf kiest voor onbeperkt weiden en daar ook de ruimte voor heeft, dan is het voordeel groter dan bij beperkt weiden. Als een bedrijf altijd
veel werkzaamheden uitbesteedt aan de loonwerker, zijn de uitgaven bij weiden lager dan bij opstallen. Tenzij dit ook betaalde arbeid kost (zoals bij grote koppels).
In onderstaande tabel is voor een bedrijf met twee automatische melksystemen het resultaat van de berekening weergegeven. Het bedrijf heeft verder 960.000 kg quotum, 115 koeien, 63 ha land, 8600 kg melk per koe en het bedrijf voert in de weideperiode 10 kg ds ruwvoer bij.
Alle deelnemers van Koe & Wij hebben tijdens hun praktijkbijeenkomsten een checklist economie ingevuld. Klik hier voor de resultaten.
Gebruik beweidingswijzer Beweiding op uw bedrijf? Ga naar de beweidingswijzer. Hiermee berekent u globaal wat de gevolgen zijn van een wijziging in
beweidingsysteem voor economie, arbeid en mestafzet op uw bedrijf.
Checklist economie Vul de checklist economie in om een nog specifieker beeld te krijgen van de verschillen tussen weiden en opstallen op uw eigen bedrijf. Met de checklist kijkt u naar verschillende onderdelen en begroot u
waar u meer of minder kosten heeft bij opstallen in plaats van weidegang.
Pas de gebruiksnormenwijzer toe De gebruiksnormenwijzer geeft u inzicht in de gevolgen van het mestbeleid met gebruiksnormen voor het (kunst)mestgebruik. Het programma berekent: - de benodigde hoeveelheid mestafvoer - de maximale hoeveelheid aan te kopen kunstmest - de werkelijke stikstof- en fosfaatgift per ha grasland
Maak gebruik van de excretiewijzer Melkveehouders mogen afwijken van de wettelijk vastgestelde excretieforfaits, mits ze dit op de door LNV voorgeschreven manier kunnen aantonen. Dit staat beschreven in de “Handreiking bedrijfsspecifieke excretie” (LNV loket) Het project Koeien & Kansen heeft de handreiking omgezet in een berekeningstool,
genaamd excretiewijzer. Met de excretiewijzer kan de mestproductie van een melkveestapel worden berekend volgens de rekenregels van de handreiking.